- Actief beheer
- Beleggingsstijl waarbij de beheerder door selectie van individuele titels, sectoren of timing probeert een beter rendement te halen dan de markt of benchmark. Kost meer aan research en transacties; onderzoek laat zien dat een minderheid van actieve beheerders de benchmark na kosten structureel verslaat.
- AFM (Autoriteit Financiële Markten)
- Nederlandse gedragstoezichthouder die vergunningen verleent aan beleggingsondernemingen en toeziet op zorgplicht, informatieverstrekking en integere bedrijfsvoering. Elke Nederlandse vermogensbeheerder moet in het AFM-register staan; dat register is openbaar en online te raadplegen. Toezicht en waarborgen →
- Beheerfee
- De jaarlijkse vergoeding die de vermogensbeheerder rekent voor het beheer, uitgedrukt als percentage van het belegde vermogen en meestal inclusief 21% btw. De beheerfee is één van meerdere kostenlagen; fondskosten, depotbankkosten en transactiekosten komen er vaak bovenop. Kosten en TCO-calculator →
- Beleggerscompensatiestelsel
- Vangnet dat beleggers tot € 20.000 per persoon vergoedt wanneer een beleggingsonderneming of bank failliet gaat en effecten of geld niet kan teruggeven, bijvoorbeeld door fraude. Het dekt geen koersverliezen. Nederlandse dekking loopt via DNB; buitenlandse depotbanken vallen onder het stelsel van hun eigen land.
- Beleggingsadvies
- Dienstverlening waarbij een adviseur persoonlijke aanbevelingen doet, maar u zelf elke transactie goedkeurt. U houdt de regie en de verantwoordelijkheid; de adviseur is verantwoordelijk voor de passendheid van het advies. Meestal duurder in tijd, soms goedkoper in tarief dan vermogensbeheer. Beheer, advies of zelf beleggen →
- Beleggingshorizon
- De periode waarin u het belegde geld niet nodig heeft. Een langere horizon maakt een offensiever profiel verantwoord omdat tussentijdse dalingen meer tijd hebben om te herstellen; voor geld dat u binnen vijf jaar nodig heeft, past doorgaans geen aandelenrisico. Beleggingshorizon en onttrekkingen →
- Benchmark
- Referentie-index of mix van indices waartegen het rendement van een portefeuille wordt afgezet, bijvoorbeeld 50% MSCI World en 50% Bloomberg Euro Aggregate voor een neutraal profiel. Zonder benchmark is een rendementscijfer niet te beoordelen: 8% is knap in een jaar dat de markt 4% deed en zwak als de markt 15% deed. Rendementen eerlijk vergelijken →
- Box 3
- Het deel van de Nederlandse inkomstenbelasting dat vermogen (sparen en beleggen) belast. Na de uitspraken van de Hoge Raad in 2021 en 2024 verschuift de heffing van een fictief naar een werkelijk rendement; beleggers moeten daarvoor het werkelijke rendement kunnen aantonen met het fiscale jaaroverzicht van hun beheerder. Box 3 en beleggen →
- Depositogarantiestelsel
- Garantie op spaar- en betaalsaldi tot € 100.000 per persoon per bank bij een bankfaillissement. Voor beleggers is het relevant voor de liquiditeiten (het niet-belegde deel) op de beleggingsrekening bij de depotbank. Welk stelsel geldt hangt af van het land waar de bank een vergunning heeft.
- Depotbank
- Bank die uw effecten en liquiditeiten bewaart op een rekening op uw eigen naam, terwijl de vermogensbeheerder alleen een volmacht heeft om daarop te handelen. Voorbeelden in Nederland zijn InsingerGilissen Services, Saxo Bank, ABN AMRO en Van Lanschot Kempen. De beheerder kan geen geld naar zichzelf overboeken. Wat is een depotbank? →
- DNB (De Nederlandsche Bank)
- Prudentieel toezichthouder die de financiële soliditeit van banken en beleggingsondernemingen bewaakt: kapitaal, liquiditeit en risicobeheer. DNB voert ook het beleggerscompensatie- en depositogarantiestelsel uit. Samen met de AFM vormt DNB het 'twin peaks'-toezichtmodel.
- Drawdown
- Het grootste tussentijdse verlies van een portefeuille, gemeten van een piek tot het daaropvolgende dal, als percentage. De maximale drawdown zegt meer over de risicobeleving dan de volatiliteit: het is het verlies dat u daadwerkelijk op uw overzicht zou hebben gezien.
- ESG
- Environmental, Social en Governance: de drie pijlers waarop de duurzaamheid van een belegging wordt beoordeeld, van CO2-uitstoot en arbeidsomstandigheden tot bestuursstructuur. ESG-integratie betekent dat deze factoren meewegen in de selectie; het zegt op zichzelf niets over uitsluitingen of impact. Greenwashing herkennen →
- ETF (Exchange Traded Fund)
- Beursgenoteerd indexfonds dat gedurende de handelsdag als een aandeel gekocht en verkocht kan worden. ETF's volgen meestal een index en hebben lage lopende kosten. Let bij Nederlandse beleggers op de fiscale behandeling van dividend: sommige ETF's kunnen ingehouden bronbelasting niet terugvorderen.
- Execution only
- Beleggen zonder advies of beheer: u geeft zelf orders door via een broker of bank. De aanbieder toetst alleen of u de producten begrijpt (passendheidstoets) en geeft geen oordeel over uw keuzes. Doorgaans de goedkoopste vorm, met het hoogste beroep op eigen kennis en discipline.
- Fondsaanbieder
- Partij die eigen beleggingsfondsen beheert waarin u participaties koopt, in plaats van een individuele portefeuille op uw naam. Alle participanten van dezelfde klasse volgen hetzelfde beleid. Valt onder de AIFMD- of UCITS-regels met een externe bewaarder; er is geen eigen risicoprofiel per klant.
- Herbalanceren
- Het periodiek terugbrengen van de portefeuille naar de afgesproken verdeling tussen beleggingscategorieën, bijvoorbeeld door na een koersstijging aandelen te verkopen en obligaties bij te kopen. Zo blijft het risico in lijn met het profiel; het dwingt tot 'hoog verkopen en laag kopen'.
- High-watermark
- Het hoogste eerder bereikte niveau van de fondswaarde. Een prestatievergoeding wordt alleen berekend over het deel van de winst dat boven dit niveau uitkomt, zodat een herstel na een verlies niet opnieuw wordt beloond. Een 'eeuwigdurende' high-watermark wordt nooit teruggezet.
- Indexbeleggen (passief beleggen)
- Beleggen via fondsen of ETF's die een marktindex zo goed mogelijk volgen in plaats van te proberen die te verslaan. Voordeel zijn de lage kosten en de brede spreiding; het rendement is per definitie ongeveer het marktrendement minus kosten. Het tegenovergestelde is actief beheer. Actief versus passief beheer →
- Kifid
- Klachteninstituut Financiële Dienstverlening: onafhankelijk loket waar consumenten een geschil met een bank, verzekeraar of vermogensbeheerder kunnen voorleggen als een klacht bij de aanbieder zelf niet is opgelost. Aansluiting bij Kifid is verplicht voor aanbieders die consumenten bedienen.
- Kostentransparantie (ex-ante en ex-post)
- Onder MiFID II moet een beheerder vooraf (ex-ante) een inschatting van alle kosten geven en achteraf (ex-post) jaarlijks het werkelijk betaalde bedrag in euro's en procenten rapporteren, inclusief het effect op het rendement. Vraag beide overzichten op vóór u een overeenkomst tekent. Checklist eerste gesprek →
- Mandaat
- De schriftelijke afspraak waarbinnen de beheerder mag handelen: het risicoprofiel, de toegestane beleggingscategorieën en instrumenten, bandbreedtes per categorie, eventuele uitsluitingen en de benchmark. Alles buiten het mandaat vereist uw expliciete toestemming.
- Minimale inleg
- Het laagste vermogen waarmee een aanbieder een klant aanneemt. Online aanbieders starten bij enkele tientjes tot € 10.000, onafhankelijke beheerders meestal bij € 100.000 tot € 350.000 en private banks bij € 500.000 tot € 1 miljoen. Het minimum zegt niets over de kwaliteit, wel over de doelgroep en de kostenstructuur. Overzicht met filter op inleg →
- Modelportefeuille
- Standaardportefeuille per risicoprofiel die voor alle klanten met dat profiel identiek is, meestal opgebouwd uit indexfondsen of ETF's. Efficiënt en goedkoop, maar zonder maatwerk. Het tegenovergestelde is een individuele of maatwerkportefeuille waarin persoonlijke wensen en bestaande posities worden verwerkt.
- Netto rendement
- Het rendement na aftrek van alle kosten (beheerfee, fondskosten, transactiekosten), meestal vóór belasting. Alleen netto cijfers zijn onderling vergelijkbaar. Aanbieders die rendementen publiceren, horen te vermelden of het cijfer bruto of netto is en over welk profiel het gaat. Wie publiceert rendementen →
- Onafhankelijk vermogensbeheerder (EAM)
- Zelfstandige beheerder zonder eigen bankvergunning (External Asset Manager) die het vermogen laat bewaren bij een externe depotbank. Kenmerken: persoonlijke bediening, vaak een eigen beleggingsfilosofie en een minimale inleg van doorgaans € 100.000 tot € 350.000. Onafhankelijke vermogensbeheerders vergeleken →
- Online vermogensbeheer (robo-adviseur)
- Vermogensbeheer via een app of webportaal met modelportefeuilles van indexfondsen of ETF's, zonder vaste adviseur. Juridisch gewoon vermogensbeheer met een AFM-vergunning en zorgplicht, maar met een lage drempel (vanaf enkele tientjes tot € 10.000) en totale kosten van circa 0,5 tot 1% per jaar. Online vermogensbeheer vergeleken →
- Prestatievergoeding (performance fee)
- Extra vergoeding die de beheerder ontvangt wanneer het rendement boven een afgesproken drempel of benchmark uitkomt, vaak 10 tot 20% van de outperformance. Een high-watermark voorkomt dat dezelfde winst tweemaal wordt beloond. Komt in Nederland vooral voor bij fondsaanbieders, zelden bij individueel beheer. Wat een prestatievergoeding u werkelijk kost →
- Private bank
- Bank die vermogende particulieren bedient met vermogensbeheer, advies, financiering en financiële planning onder één dak. Het vermogen staat bij de bank zelf. De instapdrempel ligt doorgaans op € 500.000 tot € 1 miljoen en de tarieven worden vaak op offertebasis bepaald. Private banking vergelijken →
- Risicoprofiel
- Indeling van defensief tot (zeer) offensief die bepaalt hoeveel van de portefeuille in zakelijke waarden zoals aandelen wordt belegd. Het profiel volgt uit uw doel, horizon, financiële positie en risicobereidheid en wordt vastgelegd in het mandaat. Meer aandelen betekent meer verwacht rendement en grotere tussentijdse schommelingen. Risicoprofielen uitgelegd →
- SFDR (artikel 6, 8 en 9)
- Europese Sustainable Finance Disclosure Regulation die aanbieders verplicht te classificeren hoe duurzaam een product is: artikel 6 (geen duurzaamheidsdoelstelling), artikel 8 (promoot ecologische of sociale kenmerken, 'lichtgroen') of artikel 9 (duurzaam beleggen als doelstelling, 'donkergroen'). Het is een transparantielabel, geen kwaliteitskeurmerk. Duurzaam vermogensbeheer per aanbieder →
- Staffel
- Tariefopbouw waarbij het percentage daalt naarmate het vermogen groter is, in schijven. Bij een marginale staffel betaalt elke schijf het eigen tarief; bij een staffel over het geheel geldt het tarief van de schijf waarin het totale vermogen valt voor alles. Gepubliceerde 'vanaf'-tarieven gelden meestal alleen voor de hoogste schijf.
- TCO (Total Cost of Ownership)
- De totale jaarlijkse kosten van beleggen via een beheerder: beheerfee plus lopende fondskosten (TER), depotbank- of servicekosten, transactiekosten en vaste bedragen zoals administratiekosten. De TCO is het enige eerlijke vergelijkingsgetal tussen aanbieders met een verschillende kostenopbouw. Kosten en TCO-calculator →
- TER (Total Expense Ratio)
- De lopende kosten van een beleggingsfonds of ETF per jaar, als percentage van het fondsvermogen. Ze staan niet op uw factuur maar worden dagelijks in de koers van het fonds verrekend. Indexfondsen liggen doorgaans rond 0,10 tot 0,30%, actieve fondsen rond 0,50 tot 1,50%. Directe aandelen of fondsen →
- Vermogensbeheer
- Dienst waarbij u een vergunninghoudende partij volmacht geeft om binnen een afgesproken mandaat en risicoprofiel beleggingsbeslissingen voor u te nemen. De beheerder koopt en verkoopt zelfstandig; u hoeft geen transacties goed te keuren. Het vermogen staat op uw eigen naam bij een depotbank. Complete gids vermogensbeheer →
- Vermogensscheiding
- Wettelijke bescherming waardoor effecten die voor u worden bewaard juridisch uw eigendom blijven en buiten een faillissementsboedel van de beheerder of bank vallen. In Nederland geregeld via de Wet giraal effectenverkeer. Het is de belangrijkste beschermingslaag voor beleggers, belangrijker dan de garantiestelsels. Toezicht en waarborgen →
- Volatiliteit
- Maat voor de beweeglijkheid van rendementen, uitgedrukt als standaarddeviatie per jaar. Een portefeuille met 10% volatiliteit beweegt in een gemiddeld jaar ruwweg tussen -10% en +10% rond het verwachte rendement. Hogere volatiliteit betekent grotere uitslagen omhoog én omlaag.
- Zorgplicht
- Wettelijke plicht van een beheerder om in het belang van de klant te handelen: informatie inwinnen over doel, kennis, financiële positie en risicobereidheid (het cliëntprofiel), passend beleggen en de klant tijdig en begrijpelijk informeren. De AFM ziet toe op naleving; Kifid toetst individuele geschillen.