Toezicht7 min leestijd

Toezicht en bescherming: AFM, DNB en uw waarborgen

Klassieke zuilen van een Nederlands overheidsgebouw

Welke vergunningen een beheerder nodig heeft en welke vangnetten er bestaan als het misgaat.

Wie in Nederland vermogensbeheer aanbiedt, heeft een vergunning nodig op grond van de Wet op het financieel toezicht. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt gedragstoezicht: zij toetst onder meer of de dienstverlening past bij de klant en of informatie niet misleidend is. De Nederlandsche Bank (DNB) houdt prudentieel toezicht op de financiële soliditeit.

U kunt elke vergunning zelf controleren in de openbare registers op afm.nl. Staat een aanbieder daar niet in, dan mag hij deze dienst in Nederland niet aanbieden.

Uw beleggingen vallen onder vermogensscheiding: effecten worden bewaard bij een aparte bewaarinstelling of depotbank en blijven uw eigendom. Bij een faillissement van de beheerder vallen ze buiten de boedel.

Daarnaast bestaan twee vangnetten. Het beleggerscompensatiestelsel dekt tot € 20.000 per persoon als een vergunninghoudende beleggingsonderneming financiële instrumenten of geld niet kan teruggeven. Voor niet-belegde tegoeden op een bankrekening geldt het depositogarantiestelsel tot € 100.000 per persoon per bank.

Deze vangnetten dekken nadrukkelijk géén beleggingsverliezen: koersrisico blijft altijd voor uw eigen rekening.