Kosten
Wat een prestatievergoeding u werkelijk kost
Door Erik van der Veen · Laatst bijgewerkt op · 2 minuten lezen

Een performance fee lijkt eerlijk: de beheerder verdient alleen als u verdient. Zo werkt de rekensom met hurdle, high-watermark en de vaste fee die er altijd onder zit.
Een prestatievergoeding (performance fee) is een extra vergoeding die de beheerder ontvangt wanneer het rendement boven een afgesproken grens uitkomt. In Nederland komt de constructie vooral voor bij fondsaanbieders en hedgefondsachtige strategieën; bij individueel vermogensbeheer is zij zeldzaam. Het idee klinkt sympathiek: de belangen lopen gelijk, want de beheerder verdient pas echt als u verdient. De praktijk is genuanceerder, en dat zit in drie onderdelen van de afspraak.
De vaste fee blijft altijd staan
Een prestatievergoeding komt nooit in plaats van de beheerfee, maar erbovenop. Een fonds met 1,5% vaste kosten en 20% prestatievergoeding kost u in een slecht jaar 1,5% en in een goed jaar aanzienlijk meer. Vergelijk daarom nooit alleen de vaste fee van een fonds met prestatievergoeding met de all-in fee van een beheerder zonder. Kijk naar de lopende kosten over meerdere jaren, inclusief de betaalde prestatievergoeding; die staan in het jaarverslag of de kostenparagraaf van het fonds.
Hurdle: boven welke grens telt het?
De hurdle rate is de drempel waarboven de vergoeding gaat lopen. Dat kan een vast percentage zijn (bijvoorbeeld 4% per jaar), een benchmark (de index die het fonds probeert te verslaan) of helemaal niets: dan telt elke positieve euro. Een fonds zonder hurdle beloont de beheerder ook voor rendement dat u met een simpel indexfonds ook had gehad. Vraag daarom altijd: boven welke grens, en is die grens vergelijkbaar met wat ik gratis had kunnen krijgen?
High-watermark: wordt herstel opnieuw beloond?
De high-watermark is het hoogste niveau dat de fondswaarde eerder bereikte. Met een high-watermark wordt de prestatievergoeding alleen berekend over winst die daar bovenuit komt. Zonder deze afspraak betaalt u na een verlies van 20% en een herstel van 25% opnieuw prestatievergoeding, terwijl u per saldo nog niets heeft verdiend. Een 'eeuwigdurende' high-watermark wordt nooit teruggezet; sommige fondsen resetten hem na een aantal jaren, wat in het nadeel van de belegger werkt.
Een rekenvoorbeeld
Stel: € 200.000 in een fonds met 1,5% vaste kosten, 20% prestatievergoeding zonder hurdle en met high-watermark. Jaar 1: bruto rendement 12%. Vaste kosten € 3.000; over de resterende winst van € 21.000 gaat 20% (€ 4.200) naar de beheerder. Netto rendement circa 6,9%; totale kosten dat jaar 3,6% van het vermogen. Jaar 2: bruto rendement -8%. Alleen de vaste kosten; geen prestatievergoeding. Jaar 3: bruto +10%, maar de high-watermark uit jaar 1 is nog niet gehaald. Weer alleen de vaste fee. Over drie jaar betaalde u gemiddeld ruim 2,2% per jaar, aanzienlijk meer dan de 1,5% die op de tarievenkaart het eerst opvalt.
Wanneer kan het toch verstandig zijn?
Een prestatievergoeding is verdedigbaar bij strategieën die werkelijk iets anders doen dan de markt volgen, bijvoorbeeld long/short-beleggen dat in dalende markten schade probeert te beperken, en wanneer de constructie fair is: een relevante hurdle, een eeuwigdurende high-watermark en een redelijke vaste fee. Bij een mixfonds dat in de kern een index volgt, is dezelfde constructie vooral duur. Twee aanbieders in onze vergelijking rekenen een prestatievergoeding; op hun profielpagina staan hurdle, high-watermark en de gerapporteerde lopende kosten.
Aanbieders in dit artikel
- AntaurusFondsaanbieder · vanaf € 100.000 · 1,74% p.j.
- Wijs & van OostveenFondsaanbieder · vanaf € 10.000 · 0,80% – 0,95% p.j.
Dit artikel is informatief en geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. Cijfers en voorbeelden zijn indicatief; controleer actuele tarieven en regels bij de aanbieder en de Belastingdienst. Zie onze werkwijze.